Beschrijving
Dekglaasjes voor de microscoop: de luchtbel die u aanziet voor een parasiet
De dekglaasjes voor de microscoop zijn het goedkoopste onderdeel van uw hele onderzoek — vier en een halve euro voor honderd stuks — en tegelijk het onderdeel dat bepaalt of u iets zíét.
Want de eerste keer dat iemand hier terugkomt met “ik heb iets gevonden”, gaat het in negen van de tien gevallen om hetzelfde: een keurig rond bolletje met een dikke donkere rand. Geen parasiet. Een luchtbel, ingesloten toen het dekglaasje er te snel op ging.
Op deze pagina staat daarom niet alleen wat u koopt, maar vooral hoe u zo’n glaasje erop legt en hoe u een bel van een beestje onderscheidt.
Wat een dekglaasje eigenlijk doet met uw monster
Een dekglaasje doet drie dingen tegelijk, en alle drie heeft u nodig.
- Het plet uw monster tot één dunne laag. Een druppel slijm zonder dekglaasje is bergachtig: het ene beestje ligt hoog, het andere laag, en u kunt maar op één hoogte tegelijk scherpstellen. Onder het glaasje ligt alles op dezelfde diepte.
- Het houdt het monster stil. Zonder dekglas drijft alles alle kanten op zodra u het tafeltje verschuift.
- Het houdt uw objectief schoon. Bij hogere vergrotingen komt de lens dicht op het glas. Zonder dekglaasje zit uw lens in het slijm.
Kortom: het is geen dekseltje, het is onderdeel van het optische systeem.
Sterkte 1: waarom dekglaasjes voor de microscoop 0,13 tot 0,16 mm dik zijn
Dat getal lijkt een detail en is het niet.
Kijkt u eens op de zijkant van uw objectief. Daar staat, naast de vergroting, ergens een 0.17 gegraveerd. Dat is geen toeval: de lens is doorgerekend op precies die dikte glas tussen het objectief en uw monster. Sterkte 1 — 0,13 tot 0,16 mm — ligt daar vlak tegenaan en dat is de standaard.
Neemt u iets veel dikkers, dan haalt u de scherpte er niet meer uit, hoe u ook aan de knop draait. En dat merkt u pas op het moment dat het ertoe doet: bij 400×.
Zonder dekglaasje krijgt u 400× niet scherp — en dat is precies wat u nodig heeft
Bij 40× en 100× redt u het nog wel zonder. Bij 400× niet.
En 400× is nu juist de vergroting waar het spannend wordt. Costia is 5 tot 20 micrometer groot: bij 100× ziet u daar niets van, en trekt u de conclusie dat er niets zit terwijl er wél iets zit. Dat is de meest gemaakte fout bij zelf onderzoeken.
Bij die vergroting komt uw microscoop zo dicht op het preparaat dat de dikte van het glas meetelt in de scherpstelling. Vandaar de sterkte, en vandaar dat u er altijd één op legt.
Zo legt u de dekglaasjes voor de microscoop erop, onder een hoek
Dit is het hele kunstje, en het duurt drie seconden:
- Breng het slijmafstrijkje uit op een objectglaasje en doe er zo nodig een druppeltje vijverwater bij.
- Pak een dekglaasje bij de randen vast, nooit met uw vingers op het vlak.
- Zet één rand van het dekglaasje tegen het objectglaasje aan, schuin, onder een hoek van ongeveer 45 graden.
- Laat hem daarna langzaam zakken, als een brug die dichtvalt. Het vocht trekt hem zelf naar beneden.
Niet drukken. Drukt u erop, dan perst u het monster naar de randen weg en breekt u bovendien het glaasje. En laat hem er nooit plat bovenop vallen — dan sluit u de lucht in en heeft u uw bellen.
Zo herkent u een luchtbel
Een luchtbel is verrassend overtuigend onder de microscoop. Toch is hij er in drie tellen uit te halen:
- Hij is volmaakt rond. Parasieten zijn dat zelden.
- Hij heeft een dikke, donkere, scherpe rand. Alsof er met een viltstift omheen is gegaan.
- Hij beweegt niet en verandert niet. Trichodina draait, Chilodonella glijdt, een worm kronkelt. Een bel doet niets.
- Hij zit vaak aan de rand van het dekglaasje of in een rij, want lucht dringt van buitenaf naar binnen.
Twijfelt u? Duw dan zachtjes met een potlood tegen de zijkant van het dekglaasje. Een bel verschuift als geheel en verandert van vorm. Een beestje niet.
Reken op breuk, en wees er niet zuinig mee
Deze glaasjes zijn nog geen twee tiende millimeter dik. Ze breken. Dat hoort erbij.
Een fatsoenlijk onderzoek is bovendien niet één preparaat maar drie: een uitstrijkje van de huid aan de voorkant, één achter langs de rugvin en één van de kieuw. Dat zijn dus drie dekglaasjes per vis, plus de exemplaren die tussen uw vingers knappen.
Met honderd stuks doet u daar ruim dertig onderzoeken mee. Dat is voor de meeste vijverhouders meerdere jaren — en dat is precies waarom u nooit moet aarzelen om er eentje weg te gooien. Een preparaat dat niet goed is, kijkt u niet “toch maar even” na. U maakt een nieuw.
Bewaren: droog, want ze plakken aan elkaar
Eén praktisch punt waar bijna niemand op bedacht is.
Blijft het doosje in een vochtige ruimte staan — en dat is bij de meeste mensen precies waar de microscoop staat, in de schuur bij de vijver — dan gaan de glaasjes aan elkaar vastzitten. Het vocht ertussen werkt als lijm. Probeert u ze dan los te wrikken, dan breekt u er drie tegelijk.
Bewaar het doosje dus binnen, droog en gesloten. Neem er een handjevol mee naar buiten in plaats van het hele doosje.
Wat dekglaasjes voor de microscoop níét doen
- Uw monster bewaren. Binnen een minuut of vijf droogt het preparaat uit aan de randen en gaan de beestjes dood. Kijken doet u meteen.
- Hergebruikt worden. Schoonmaken lukt zelden zonder breuk, en een restje van het vorige monster stuurt u de verkeerde kant op.
- Een diagnose stellen. Ze maken het beeld mogelijk; het beeld beoordelen blijft mensenwerk.
- Passen op elk objectglaasje. 18 × 18 mm is de gangbare maat en past op elk standaard objectglaasje van 76 × 26 mm.
Productgegevens
- Type: dekglaasjes voor microscopisch onderzoek
- Afmeting: 18 × 18 mm
- Sterkte: 1 (0,13 – 0,16 mm)
- Materiaal: helder, krasvrij glas
- Inhoud: 100 stuks per doosje
- Gebruik: één dekglaasje per preparaat, onder een hoek van 45 graden laten zakken
- Combineert met: objectglaasjes 76 × 26 mm
- Bewaren: droog en gesloten, niet in een vochtige ruimte
- Artikelnummer: KCDEKGLAASJES
Nog nooit zelf een uitstrijkje bekeken?
Kom dan gerust een keer langs in ‘s-Gravendeel. Ik laat u in tien minuten zien hoe u een monster neemt, hoe u het glaasje erop legt en waar u naar zoekt. Daarna doet u het thuis zelf.
Dat scheelt u meer dan u denkt. Wie zelf kan kijken, weet of hij te maken heeft met huid- en kieuwwormen — waarvoor Triclam het aangewezen middel is — of met Trichodina, waar Calin voor bedoeld is. Dat zijn twee totaal verschillende kuren, en zonder microscoop is dat gokken.
En gokken met een kuur is duurder dan een doosje dekglaasjes. Veel duurder, en niet alleen in geld.
Geschreven door Wim Maat — eigenaar van Koi Care Hoeksche Waard in ‘s-Gravendeel. Ruim 30 jaar in de koi, drie keer per jaar in Japan om zelf bij de kwekers te selecteren. Meer over mij · Stel gerust een vraag




